Zoeken binnen HOLOPSIS

06 november 2026

De geheimzinnige verdwijning van de paarse pannenkoek

Op een dinsdagochtend om precies dertien minuten over banaan werd burgemeester Flapdrol wakker van een vreemd geluid. Zijn koelkast stond midden in de slaapkamer het volkslied van een vergeten aardappelrepubliek te zingen.









‘Dat is nou al de derde keer deze week!’ riep de burgemeester boos, terwijl hij zijn linkersok probeerde te voeren aan een kamerplant.

Maar de kamerplant had geen honger. Hij was namelijk op dieet sinds hij vorige week een complete stofzuiger had opgegeten.

Buiten was ondertussen grote paniek uitgebroken. De beroemde paarse pannenkoek van het dorp was verdwenen!

Deze pannenkoek was niet zomaar een pannenkoek. Hij was vier meter breed, sprak vloeiend Chinees achterstevoren en kon op woensdagmiddag veranderen in een elektrische tandenborstel.

De politie werd onmiddellijk gewaarschuwd.

Agent Knakworst arriveerde op zijn vliegende driewieler, gevolgd door zijn assistent, een goudvis met een snor.

‘We moeten eerst de getuigen ondervragen,’ zei Knakworst ernstig.

De eerste getuige was mevrouw Pruttelkont, die beweerde dat ze om half negen een verdachte komkommer had zien rondlopen met een koffer vol mayonaise.

‘Had die komkommer een hoed op?’ vroeg de agent.

‘Nee,’ antwoordde mevrouw Pruttelkont. ‘Maar hij droeg wel twee kleine pantoffels en rook naar gebakken televisie.’

Dat was voldoende bewijs om onmiddellijk alle komkommers in het dorp te arresteren.

Helaas bleken de meeste komkommers al verwerkt te zijn tot augurken, waardoor het onderzoek ernstige vertraging opliep.

Ondertussen gebeurde er iets nog veel vreemders.



Uit de lucht vielen plotseling honderden kleine wasmachines. Ze landden netjes op straat en begonnen allemaal tegelijkertijd hun centrifugeprogramma.

De burgemeester rende naar buiten.

‘Wie heeft toestemming gegeven voor deze huishoudelijke neerslag?’ schreeuwde hij.

Niemand antwoordde, behalve een oude geit die op een bankje zat te breien.

‘Volgens mijn berekeningen,’ zei de geit, ‘is de pannenkoek ontvoerd door de geheime vereniging van dansende bloemkolen.’

Iedereen schrok.

De dansende bloemkolen waren al jaren berucht vanwege hun illegale handel in tweedehands regenbogen en hun gewoonte om verkeerslichten te vervangen door gekookte eieren.

Agent Knakworst besloot de bloemkolen onmiddellijk te bezoeken.

Hij stapte op zijn driewieler, maar ontdekte dat zijn wielen waren vervangen door drie grote stukken kaas.

‘Dat rijdt natuurlijk voor geen meter!’ mopperde hij.

‘Dan moet je ook niet proberen te fietsen op een donderdag die zich voordoet als maandag,’ antwoordde zijn goudvis.

Na een reis van zeven minuten en drieƫnveertig kilometer kwamen ze aan bij een verlaten fabriek waar vroeger plastic spaghetti werd gemaakt.

Binnen zaten twaalf bloemkolen rond een tafel.

Ze speelden een spannend potje ganzenbord met levende dobbelstenen.

‘Waar is de paarse pannenkoek?’ bulderde Knakworst.

De grootste bloemkool stond langzaam op.

‘Die is op vakantie,’ antwoordde hij.

‘Op vakantie? Waarheen?’

‘Naar de maan. Hij wilde graag leren zwemmen.’

Dat klonk logisch, want iedereen wist dat de maan sinds afgelopen zaterdag gevuld was met lauwe erwtensoep.

Toch vertrouwde Knakworst het niet.

Hij trok zijn vergrootglas tevoorschijn en onderzocht een verdacht kruimeltje op de vloer.

Het kruimeltje begon plotseling te praten.

‘Ik ben geen kruimeltje!’ riep het. ‘Ik ben de minister van Buitenlandse Pindakaas!’

Op dat moment begon de fabriek hevig te schudden.

Het dak vloog open en een gigantische vliegende koelkast daalde naar beneden.

Uit de koelkast stapte niemand minder dan de verdwenen paarse pannenkoek.

‘VERRASSING!’ schreeuwde hij.

Iedereen keek verbaasd.

‘Ik ben helemaal niet ontvoerd,’ legde de pannenkoek uit. ‘Ik moest gewoon even naar de kapper.’

‘Maar je hebt helemaal geen haar!’ zei Knakworst.

‘Precies,’ antwoordde de pannenkoek. ‘En daarom duurde het zo lang.’

De burgemeester, die inmiddels ook was aangekomen op een gemotoriseerde broccoli, besloot dat deze gebeurtenis gevierd moest worden.

Er werd een groot dorpsfeest georganiseerd.

De wasmachines dansten de polonaise, de komkommers werden vrijgelaten en de goudvis kreeg een medaille voor uitzonderlijke prestaties op het gebied van onderwateradministratie.

Alles leek weer normaal.

Totdat om precies vijf minuten voor gisteren de dorpskerk begon te miauwen.

En ergens, diep onder de grond, fluisterde een eenzame sok:

‘De magnetron weet te veel.’

WORDT VERVOLGD.

Of niet.

Dat hangt ervan af of de pudding morgen zijn rijbewijs haalt.